Wat als ik kom te overlijden?

Onderstaande informatie gaat uitsluitend over de pensioenregeling zoals die tot en met 31 december 2015 van toepassing was. Communicatie over de nieuwe pensioenregeling per 1 januari 2016 gebeurt door Transavia.

Let op: Hieronder leggen we (een onderdeel van) de pensioenregeling in algemene zin zo goed mogelijk uit. Om het duidelijk te houden gaan we hier niet in op details en afwijkende situaties. De precieze regels over wanneer, waar en voor wie recht ontstaat op pensioen vindt u terug in het Pensioenreglement. Alleen daaraan kunt u rechten ontlenen.

Als u overlijdt, zorgt ons pensioenfonds voor de uitkering van het partnerpensioen en wezenpensioen voor uw nabestaanden. Uw partner ontvangt het partnerpensioen maandelijks totdat uw partner zelf overlijdt. Uw kind ontvangt het wezenpensioen afhankelijk van de situatie tot 18 of uiterlijk 27 jaar. In sommige gevallen is er geen recht op partnerpensioen. En ook niet op wezenpensioen.

Wat moet er gebeuren als ik overlijd?

Uw partner moet uw overlijden melden bij de gemeente. De gemeente geeft het overlijden automatisch door aan ons pensioenfonds. Woont u in het buitenland, dan moet uw partner uw overlijden altijd rechtstreeks melden aan ons pensioenfonds. Het pensioenfonds gaat na of er recht is op pensioen. Als dat zo is, zorgt ons pensioenfonds dat de uitkering van partnerpensioen en wezenpensioen wordt geregeld.

Wilt u meer informatie?

Hieronder vindt u meer informatie over:

Wat voor soort pensioenregeling heeft het cockpitpersoneel van Transavia?
Sinds 1 juli 2006 heeft Transavia een middelloonregeling. Dit betekent dat u per jaar pensioen opbouwt over het pensioengevend salaris dat u in dat jaar verdient. Uw uiteindelijke pensioenuitkering is de optelsom van alle opgebouwde pensioenen over uw jaren in dienst bij Transavia. Zie voor de hoogte van het pensioen dat u kunt opbouwen ‘Hoeveel pensioen heb ik opgebouwd?’ en ‘Hoeveel pensioen krijg ik later?’. Bij ‘Wat als ik in dienst kom?’ wordt uitgelegd wat een middelloonregeling is.

De pensioenregeling kent (sinds 1 juli 2006) de volgende pensioensoorten voor de deelnemers (werknemers):

Voor wie? Pensioen soort Wanneer? Hoe lang uitkeren?
U zelf Ouderdomspensioen Als u met pensioen gaat Tot aan uw overlijden
U zelf Beroepsongeschiktheidspensioen Als u voor uw 56e volledig arbeidsongeschikt raakt Uiterlijk tot aan uw 58ste
Uw partner Partnerpensioen Als u eerder overlijdt dan uw partner Totdat aan het overlijden van uw partner
Uw partner ANW overbruggingspensioen Als u eerder overlijdt dan uw partner Tot aan de AOW-leeftijd van uw partner (let op: dit recht op pensioen vervalt bij uitdiensttreding)
Uw kinderen Wezenpensioen Als u overlijdt en uw kinderen dan jonger zijn dan 21 (of uiterlijk 27 in geval van studie of invaliditeit) Tot aan leeftijd 21 (of uiterlijk 27 in geval van studie of invaliditeit)

Wat is partnerpensioen?
Partnerpensioen is de uitkering die uw partner ontvangt vanaf uw overlijden tot zijn of haar overlijden.

Wat is wezenpensioen?
Wezenpensioen is de uitkering die uw kinderen ontvangen als u overlijdt.

Wat als u overlijdt
Als u overlijdt, zorgt ons pensioenfonds voor de uitkering van het partnerpensioen en wezenpensioen voor uw partner en kinderen. Uw partner krijgt het partnerpensioen vanaf het moment dat u overlijdt. Het partnerpensioen stopt als uw partner zelf overlijdt. Het wezenpensioen start ook vanaf het moment dat u overlijdt en stopt als uw kind 21 jaar wordt. Als uw kind studeert of arbeidsongeschikt is, stopt de uitkering uiterlijk als uw kind 27 jaar wordt.

Hoe lang krijgt uw partner partnerpensioen?
Uw partner krijgt partnerpensioen vanaf uw overlijden tot zijn of haar overlijden.

Wanneer krijgt uw partner partnerpensioen?
Overlijdt u terwijl u in dienst bent bij Transavia, dan krijgt uw partner partnerpensioen vanaf uw overlijden tot zijn of haar overlijden. Maar ook als u overlijdt maar niet meer in dienst bent van Transavia krijgt uw partner partnerpensioen. En als u met pensioen bent en het partnerpensioen bij pensionering niet heeft geruild voor ouderdomspensioen, is er bij uw overlijden ook een partnerpensioen. Uw partner moet wel voldoen aan de definitie van partner om partnerpensioen te krijgen.

Wie is een partner?
Onder partner verstaat uw pensioenfonds:

  • uw echtgenoot of echtgenote;
  • de partner met wie u een geregistreerd partnerschap bent aangegaan;
  • de partner met wie u bij de notaris een samenlevingsovereenkomst heeft gesloten. Hierin moet staan dat u tijdens het meedoen aan de pensioenregeling tenminste gedurende een half jaar een gezamenlijke huishouding voert. De samenlevingsovereenkomst of – als u dat niet wilt – een verklaring van de notaris over het contract moet u aan uw pensioenfonds sturen.
  • uw partner mag geen familie (bloed- of aanverwant) van u zijn.

Wie is een kind?
Recht op wezenpensioen heeft uw eigen kind maar ook een door u geadopteerd kind. Dat geldt ook voor de kinderen die u opvoedt en verzorgt alsof het uw eigen kinderen zijn. Ook de kinderen van uw partner die bij u wonen en voor wie u of uw partner kinderbijslag krijgen, hebben recht op wezenpensioen. Uw kind mag bovendien niet ouder zijn dan 21 jaar. Of niet ouder dan 27 jaar, zo lang het na zijn of haar 21ste nog studeert of arbeidsongeschikt is.

Dit hangt af van de situatie op het moment waarop u overlijdt:

U bent in dienst van Transavia als u overlijdt
Uw partner ontvangt 70% van het ouderdomspensioen dat u had kunnen opbouwen als u tot uw 58ste bij Transavia had gewerkt. U vindt de hoogte van het partnerpensioen op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) dat u jaarlijks ontvangt en op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

Voorbeeld
Esther Venema is 30 jaar en verdient € 6.500 bruto per maand. Esther is op 1 januari 2010 bij Transavia in dienst gekomen. Zij wil weten hoe hoog het partnerpensioen is dat haar partner ontvangt als zij komt te overlijden.

Stap 1: Bereken het pensioen dat u kunt bereiken tot u met pensioen gaat, dus totdat u 58 jaar wordt. Zie hiervoor, ‘Wat als ik in dienst kom?’. De pensioenopbouw in 1 jaar bedraagt 1 * 1,224% * 70.568 = 863,75 bruto per jaar. Als Esther dit salaris tot haar 58ste houdt, dan is de hoogte van haar ouderdomspensioen op leeftijd 58 28 * 1,224% * 70.568 = 24.185,06 bruto per jaar.

Stap 2: Bereken het partnerpensioen. Dit is 70% van het in stap 1 berekende pensioen.
Het partnerpensioen bedraagt dan 70% * € 24.185,06 = € 16.929,54 bruto per jaar.

U bent niet meer in dienst van Transavia als u overlijdt
Uw partner ontvangt 70% van het ouderdomspensioen dat u heeft opgebouwd. U vindt de hoogte van het partnerpensioen ook terug op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) dat u elke 5 jaar ontvangt. Daarnaast kunt u uw partnerpensioen ook altijd terug vinden op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Met een eventuele echtscheiding is hierbij geen rekening gehouden.

U bent al met pensioen als u overlijdt
Uw partner ontvangt 70% van het ouderdomspensioen dat u als gepensioneerde uitgekeerd kreeg. U vindt de hoogte van het partnerpensioen ook terug op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO), dat u jaarlijks ontvangt. Daarnaast kunt u uw partnerpensioen ook altijd terug vinden op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

Hoeveel wezenpensioen krijgt uw kind?
Dit hangt af van de situatie op het moment waarop u overlijdt:

U bent in dienst van Transavia als u overlijdt
Elk kind ontvangt 14% van het ouderdomspensioen dat u had kunnen opbouwen als u tot uw 58ste had gewerkt. Als ook uw partner is overleden of vanaf het moment dat uw partner overlijdt, wordt het wezenpensioen verdubbeld. U vindt de hoogte van het wezenpensioen ook terug op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO), dat u jaarlijks ontvangt. Daarnaast kunt u het wezenpensioen ook altijd terug vinden op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

U ben niet meer in dienst van Transavia als u overlijdt
Elk kind ontvangt 14% van het ouderdomspensioen dat u heeft opgebouwd. Als ook uw partner is overleden of vanaf het moment dat uw partner overlijdt, wordt het wezenpensioen verdubbeld.

U bent al met pensioen als u overlijdt
Elk kind ontvangt 14% van het ouderdomspensioen dat u als gepensioneerde uitgekeerd kreeg. Als ook uw partner is overleden of vanaf het moment dat uw partner overlijdt, wordt het wezenpensioen verdubbeld.

Kan de partner met wie u ongehuwd samenwoont ook partnerpensioen krijgen?
Ja, dat is mogelijk. U moet dan aan een aantal voorwaarden voldoen (zie , ‘Wat als ik ga samenwonen?’). De belangrijkste zijn dat uw partner geen familie van u mag zijn. U moet minimaal een half jaar samenwonen. U moet een samenlevingsovereenkomst hebben gesloten die door een notaris is opgeschreven. En u moet deze overeenkomst meteen naar het pensioenfonds opsturen.

Keuze ruilen deel ouderdomspensioen voor partnerpensioen
Het partnerpensioen is verzekerd op opbouwbasis. Dat betekent dat ook na uitdiensttreding bij Transavia en bij pensionering er een partnerpensioen blijft bestaan. En het betekent ook dat als u geen partner heeft, u toch partnerpensioen opbouwt. Op de pensioeningangsdatum wordt dan het partnerpensioen automatisch uitgeruild voor een hoger ouderdomspensioen.

Als u uit dienst of met pensioen gaat kunt u er voor kiezen om een deel van uw ouderdomspensioen te ruilen tegen een hoger partnerpensioen, omdat bijvoorbeeld uw partnerpensioen verlaagd is vanwege een echtscheiding. Uw ouderdomspensioen wordt dan lager.

Wat regelt de overheid voor uw partner en kinderen als u overlijdt?
De Algemene Nabestaandenwet (Anw) regelt in een aantal gevallen een uitkering voor uw nabestaanden. Dit zijn uw partner en kinderen. Deze uitkering krijgen uw nabestaanden via de overheid. Uw partner moet aan een aantal voorwaarden voldoen. Kijk op www.svb.nl onder Nabestaandenuitkering Anw voor meer informatie.

Extra partnerpensioen als u nog in dienst bent
Bovenop het partnerpensioen, heeft uw partner recht op een Anw-overbruggingspensioen als u nog werkt op het moment dat u komt te overlijden. Dit pensioen is gelijk aan 8/7 maal de Anw-uitkering plus het verschil in sociale premies over het partnerpensioen voor en na de AOW-ingangsdatum. In 2015 is het jaarlijkse Anw-overbruggingspensioen € 22.766 bruto per jaar. Dit jaarlijkse overbruggingspensioen wordt uitgekeerd vanaf het moment dat u overlijdt tot het moment waarop uw partner overlijdt of de 65-jarige leeftijd bereikt.

Wat als uw partner geen partnerpensioen krijgt?
Als uw partner geen recht heeft op partnerpensioen omdat u ongehuwd samenwoont en geen samenlevingsovereenkomst hebt, zou u kunnen overwegen een samenlevingsovereenkomst op te stellen. En die toe te sturen aan ons pensioenfonds. Als uw partner om andere reden geen recht op partnerpensioen heeft, kunt u zelf aanvullende maatregelen treffen. Zie ‘Wat als ik het partnerpensioen te laag vind?’

Wat als u het partnerpensioen te laag vindt?
Als u uw partnerpensioen te laag vindt, kunt u misschien zelf een overlijdensrisicoverzekering afsluiten. Zo’n verzekering keert een bedrag uit als u komt te overlijden. Waarmee uw partner bijvoorbeeld een deel van de hypotheek af kan lossen of een bepaalde periode kan overbruggen. Een hoger partnerpensioen is ook mogelijk door, als u uit dienst gaat, of met pensioen, een deel van het ouderdomspensioen te ruilen voor extra partnerpensioen (zie ‘Keuze ruilen deel ouderdomspensioen voor partnerpensioen’). Uw ouderdomspensioen wordt dan wel lager.

Wat als u geen partner (meer) hebt?
Als u geen partner (meer) hebt en u gaat met pensioen, dan wordt het door u opgebouwde partnerpensioen uitgeruild voor extra ouderdomspensioen. U krijgt dan een hoger ouderdomspensioen. Let op: als u bent gescheiden is waarschijnlijk een deel van uw partnerpensioen van uw ex-partner. Dat kan dan niet worden uitgeruild.

Is uw pensioen waardevast?
De waarde van het partner- en wezenpensioen kan elk jaar afnemen vanwege inflatie/prijsstijgingen. Door middel van toeslagen kan deze waarde zo veel mogelijk op peil worden gehouden. Pensioenfondsen kennen hiervoor een toeslagbeleid.

U heeft geen recht op partnerpensioen als u pas na uw pensioeningang bent getrouwd of een geregistreerd partnerschap bent aangegaan. En als u op uw pensioendatum er voor gekozen heeft uw partnerpensioen volledig te ruilen voor extra ouderdomspensioen (zie ‘Wat als ik eerder of later met pensioen ga?’). Uw kind heeft geen recht op wezenpensioen als het pas na uw pensioeningang is geboren of pas op dat moment als kind wordt beschouwd in de zin van deze pensioenregeling. Of als uw kind ouder is dan 21 op het moment dat u overlijdt. Of nog studeert of arbeidsongeschikt is, maar ouder is dan 27.

Sinds 1 januari 2015 is het toeslagbeleid van het pensioenfonds gewijzigd in ‘niet doelgericht’. Dit betekent dat het pensioenfonds niet meer de ambitie heeft om de pensioenen jaarlijks te verhogen. Uw pensioen is dus niet waardevast. Uw opgebouwde pensioen zal daarom in waarde iets afnemen, elk jaar dat er inflatie is. Toch kan het bestuur van het pensioenfonds in een bepaald jaar besluiten om een toeslag te geven. Dit zal alleen zo zijn als het pensioenfonds voldoende geld heeft. Omdat bovendien de wettelijke eisen streng zijn, zullen toeslagen vermoedelijk niet vaak worden gegeven.

Toeslagen laatste 10 jaar
Uw pensioenfonds heeft de opgebouwde pensioenen van de actieve deelnemers (de werknemers) de afgelopen 10 jaar als volgt verhoogd:

Per 1 juli 2019 over de periode van 1 januari 2018 tot en met 1 januari 2019 met 0,96%

Per 1 juli 2017 over de periode van 1 januari 2016 tot en met 1 januari 2017 met 0,00%

Per 1 juli 2016 over de periode van 1 januari 2015 tot en met 1 januari 2016 met 0,00%

De prijsinflatie was 1,27%

De prijsinflatie was 0,52%

De prijsinflatie was 0,45%

Per 1 juli 2015 over de periode van 1 januari 2014 tot en met 1 januari 2015 met 0,00% De prijsinflatie was -0,11%
Per 1 juli 2014 over de periode 1 januari 2013 tot en met 1 januari 2014 met 0,00% De prijsinflatie was 0,74%
Per 1 juli 2013 over de periode 1 januari 2012 tot en met 1 januari 2013 met 1,16% De prijsinflatie was 1,59%
Per 1 juli 2012 over de periode 1 januari 2011 tot en met 1 januari 2012 met 1,58% De prijsinflatie was 2,05%
Per 1 juli 2011 over de periode 1 januari 2010 tot en met 1 januari 2011 met 0,96% De prijsinflatie was 1,90%
Per 1 juli 2010 over de periode 1 januari 2009 tot en met 1 januari 2010 met 1,29% De prijsinflatie was 0,67%
Per 1 juli 2009 over de periode 1 januari 2008 tot en met 1 januari 2009 met 3,26% De prijsinflatie was 1,44%
Per 1 juli 2008 over de periode 1 januari 2007 tot en met 1 januari 2008 met 2,58% De prijsinflatie was 1,91%
Per 1 juli 2007 over de periode 1 januari 2006 tot en met 1 januari 2007 met 1,48% De prijsinflatie was 1,25%
Per 1 juli 2006 over de periode 1 januari 2005 tot en met 1 januari 2006 met 1,45% De prijsinflatie was 1,17%

Uw pensioenfonds heeft de opgebouwde pensioenen van de inactieve deelnemers ( de oud medewerkers en de pensioengerechtigden) de afgelopen 10 jaar als volgt verhoogd:

Per 1 juli 2019 over de periode van 1 januari 2018 tot en met 1 januari 2019 met 0,96%

Per 1 juli 2017 over de periode van 1 januari 2016 tot en met 1 januari 2017 met 0,00%

Per 1 juli 2016 over de periode van 1 januari 2015 tot en met 1 januari 2016 met 0,00%

De prijsinflatie was 1,27%

De prijsinflatie was 0,52%

De prijsinflatie was 0,45%

Per 1 juli 2015 over de periode van 1 januari 2014 tot en met 1 januari 2015 met 0,00% De prijsinflatie was -0,11%
Per 1 juli 2014 over de periode 1 januari 2013 tot en met 1 januari 2014 met 0,00% De prijsinflatie was 0,74%
Per 1 juli 2013 over de periode 1 januari 2012 tot en met 1 januari 2013 met 1,19% De prijsinflatie was 1,59%
Per 1 juli 2012 over de periode 1 januari 2011 tot en met 1 januari 2012 met 1,54% De prijsinflatie was 2,05%
Per 1 juli 2011 over de periode 1 januari 2010 tot en met 1 januari 2011 met 1,43% De prijsinflatie was 1,90%
Per 1 juli 2010 over de periode 1 januari 2009 tot en met 1 januari 2010 met 0,50% De prijsinflatie was 0,67%
Per 1 juli 2009 over de periode 1 januari 2008 tot en met 1 januari 2009 met 1,08% De prijsinflatie was 1,44%
Per 1 juli 2008 over de periode 1 januari 2007 tot en met 1 januari 2008 met 1,91% De prijsinflatie was 1,91%
Per 1 juli 2007 over de periode 1 januari 2006 tot en met 1 januari 2007 met 1,25% De prijsinflatie was 1,25%
Per 1 juli 2006 over de periode 1 januari 2005 tot en met 1 januari 2006 met 1,45% De prijsinflatie was 1,17%

Kortingen laatste 10 jaar
Uw pensioenfonds heeft de opgebouwde pensioenen in de laatste 10 jaar niet gekort. Uw opgebouwde pensioen kan niet gekort worden, omdat het pensioenfonds een garantiecontract met Aegon heeft afgesloten. Dit betekent dat de verzekeraar de pensioenen die u opgebouwd heeft garandeert.

Als de financiële positie van een pensioenfonds niet voldoende is om de pensioenen te kunnen uitkeren, dan kan het pensioenfonds maatregelen treffen. Een pensioenfonds moet dan ook een herstelplan opstellen. Ons pensioenfonds heeft geen maatregelen hoeven treffen en heeft dus ook geen herstelplan.

Als uw partnerpensioen een klein pensioen is, kan het zijn dat ons pensioenfonds dit pensioen wil afkopen. Voor 2017 is een klein pensioen een pensioenuitkering dat minder dan 467,89 euro bruto per jaar bedraagt. Door de afkoop wordt de waarde van uw partnerpensioen in een keer aan uw partner of wees uitbetaald onder aftrek van loonbelasting. Dit betekent dat er dan geen pensioen meer voor hen bij Aegon staat.

U woont in het buitenland. Kan uw partner de pensioenuitkeringen op een buitenlandse rekening ontvangen?
Ook al woont uw partner in het buitenland, hij of zij blijft verplicht in Nederland belasting te betalen over het partnerpensioen. Alleen als uw partner gaat wonen in een land waarmee Nederland een verdrag heeft gesloten kan de Belastingdienst aan het pensioenfonds toestemming geven om geen loonbelasting in te houden. Voor meer informatie over dit onderwerp verwijzen wij u naar de website van de belastingdienst: www.belastingdienst.nl.

U krijgt bij pensioeningang en vervolgens jaarlijks van verzekeraar Aegon een overzicht van het opgebouwde pensioen. Dit is het UPO, uniform pensioenoverzicht. Hier staat ook het partnerpensioen op. Daarnaast kunt u altijd uw opgebouwde pensioenen zien op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Hierin zijn ook de AOW en pensioenen die u bij eventuele andere werkgevers hebt opgebouwd opgenomen.

Verhuist u binnen Nederland dan hoeft u dit alleen door te geven aan de gemeente. Onze pensioenuitvoerders ontvangen deze melding dan automatisch. Verhuist u naar een ander land of wijzigt uw bank- of gironummer, dan bent u verplicht om dit zo snel mogelijk schriftelijk aan het pensioenfonds te melden. Ook ingeval van wijziging in uw persoonlijke leefomstandigheden (huwelijk, echtscheiding, partnerschap e.d.) bent u verplicht dit door te geven aan het pensioenfonds. Geeft u dit niet of niet tijdig door, dan kan dit van invloed zijn op uw recht op pensioenuitkeringen. Hiervoor kunt u contact opnemen met de heer Paul Jenner (tel. 020-6046438 of via mail paul.jenner@transavia.com).

Vragen of meer informatie?

Hebt u nog vragen of wilt u meer informatie over de pensioenregeling? U kunt terecht bij het secretariaat van ons pensioenfonds SPTV (secretariaatSPTV@transavia.com).