Wat als ik kom te overlijden?

Onderstaande informatie gaat uitsluitend over de pensioenregeling zoals die tot en met 31 december 2017 van toepassing was. Communicatie over de nieuwe pensioenregeling per 1 januari 2018 gebeurt door Transavia.

Let op: Hieronder leggen we (een onderdeel van) de pensioenregeling in algemene zin zo goed mogelijk uit. Om het duidelijk te houden gaan we hier niet in op details en afwijkende situaties. De precieze regels over wanneer, waar en voor wie recht ontstaat op pensioen vindt u terug in het pensioenreglement. Alleen daaraan kunt u rechten ontlenen.

Als u overlijdt, zorgt ons pensioenfonds voor de uitkering van het partnerpensioen en wezenpensioen voor uw nabestaanden. Uw partner ontvangt het partnerpensioen maandelijks totdat uw partner zelf overlijdt. Uw kind ontvangt het wezenpensioen afhankelijk van de situatie tot 18 of uiterlijk 27 jaar. Bent u al uit dienst of bent u met pensioen? Dan is er mogelijk geen recht op partnerpensioen. En ook niet op wezenpensioen.

Wat moet er na mijn overlijden gebeuren?

Uw partner moet uw overlijden melden bij de gemeente. De gemeente geeft het overlijden automatisch door aan ons pensioenfonds. Woont u in het buitenland, dan moet uw partner uw overlijden altijd rechtstreeks melden aan ons pensioenfonds. Het pensioenfonds gaat na of er recht is op pensioen. Als dat zo is, zorgt ons pensioenfonds dat de uitkering van partnerpensioen en wezenpensioen wordt geregeld.

Wilt u meer informatie?

Hieronder vindt u meer informatie over:

Wat voor soort pensioenregeling heeft het grondpersoneel van Transavia?
Sinds 1 januari 2006 heeft Transavia een middelloonregeling op basis van een collectieve beschikbare premie. Dit betekent dat u per jaar pensioen opbouwt over het pensioengevend salaris dat u in dat jaar verdient. Uw uiteindelijke pensioenuitkering is de optelsom van alle opgebouwde pensioenen over uw jaren in dienst bij Transavia. Zie voor de hoogte van het pensioen dat u kunt opbouwen onder de rubriek FAQ, ‘Hoeveel pensioen heb ik opgebouwd’ en ‘Hoeveel pensioen  krijg ik later’. Zie ‘wat als ik in dienst kom?’ voor de uitleg wat een middelloonregeling op basis van een collectieve beschikbare premie is.

De pensioenregeling kent (sinds 1 januari 2006) de volgende pensioensoorten voor de deelnemers (werknemers):

Voor wie? Pensioen soort Wanneer? Hoe lang uitkeren?
U zelf Ouderdomspensioen Als u met pensioen gaat Tot aan uw overlijden
Uw partner Partnerpensioen Als u eerder overlijdt dan uw partner Tot aan het overlijden van uw partner
Uw kinderen Wezenpensioen Als u overlijdt en uw kinderen dan jonger zijn dan 18 (of uiterlijk 27 in geval van studie of invaliditeit) Tot aan leeftijd 18 (of uiterlijk 27 in geval van studie of invaliditeit)

Wat is partnerpensioen?
Partnerpensioen is de uitkering die uw partner ontvangt vanaf uw overlijden tot zijn of haar overlijden.

Het partnerpensioen tijdens het deelnemerschap is verzekerd op risicobasis. Dit betekent dat uw partner alleen een partnerpensioen krijgt als u overlijdt tijdens het bestaan van het dienstverband met Transavia. Op de pensioendatum of na uitdiensttreding vervalt de verzekering van het partnerpensioen tenzij u ervoor heeft gekozen om een deel van het ouderdomspensioen om te zetten in partnerpensioen zie ‘Keuze ruilen deel ouderdomspensioen voor partnerpensioen’.

Wat is wezenpensioen?
Wezenpensioen is de uitkering die uw kinderen ontvangen als u overlijdt.

Wat als u overlijdt
Als u overlijdt terwijl u in dienst bent bij Transavia, zorgt ons pensioenfonds voor de uitkering van het partnerpensioen en wezenpensioen voor uw partner en kinderen. Uw partner krijgt het partnerpensioen vanaf de eerste dag van de maand waarin u overlijdt. Het partnerpensioen stopt als uw partner komt te overlijden. Het wezenpensioen start ook vanaf de eerste dag van de maand waarin u overlijdt en stopt als uw kind 18 jaar wordt. Als uw kind studeert of tenminste 45% arbeidsongeschikt is of een Wajong-uitkering ontvangt, stopt de uitkering uiterlijk als uw kind 27 jaar wordt. Overlijdt u nadat u bij Transavia weg bent (uit dienst of pensionering) leest u dan meer  bij de vraag ‘Wanneer krijgt uw partner partnerpensioen?’ en ‘Keuze ruilen deel ouderdomspensioen voor partnerpensioen’.

Hoe lang krijgt uw partner partnerpensioen?
Uw partner krijgt partnerpensioen vanaf uw overlijden tot zijn of haar overlijden.

Wanneer krijgt uw partner partnerpensioen?
Uw partner krijgt partnerpensioen als u overlijdt terwijl u nog in dienst bent van Transavia. Als u niet meer in dienst bent van Transavia, dan krijgt uw partner alleen partnerpensioen als u bij uw uitdiensttreding of bij uw pensioeningang een deel van uw ouderdomspensioen omgeruild hebt in partnerpensioen zie ook ‘Keuze ruilen deel ouderdomspensioen voor partnerpensioen’.  Uw partner moet wel voldoen aan de definitie van partner om partnerpensioen te krijgen. Zie hieronder: wie is een partner’.

Wie is een partner?
Onder partner verstaat uw pensioenfonds:

  • uw echtgenoot of echtgenote;
  • de partner met wie u een geregistreerd partnerschap bent aangegaan;
  • de partner met wie u bij de notaris een samenlevingsovereenkomst heeft gesloten. Hierin moet staan dat u tijdens het meedoen aan de pensioenregeling tenminste gedurende een half jaar een gezamenlijke huishouding voert. De samenlevingsovereenkomst of – als u dat niet wilt – een verklaring van de notaris over het contract moet u aan uw pensioenfonds sturen.
  • uw partner mag geen familie (bloed- of aanverwant) van u zijn.

Wie is een kind?
Recht op wezenpensioen heeft uw eigen kind of uw pleegkind. Ook de kinderen van uw partner die bij u wonen en voor wie u of uw partner kinderbijslag krijgen of die studerend of invalide zijn, hebben recht op wezenpensioen. Uw kind mag bovendien niet ouder zijn dan 18 jaar. Of niet ouder dan 27 jaar, zo lang het na zijn of haar 18e nog studeert of arbeidsongeschikt is.

Dit hangt af van de situatie op het moment waarop u overlijdt:

U bent in dienst van Transavia als u overlijdt
Het partnerpensioen wordt als volgt berekend:

  • 1,3% van de laatst vastgestelde pensioengrondslag voor de jaren dat u deelnemer was tot eind 2014
    plus
  • 1,16% van dezelfde pensioengrondslag voor de jaren dat u deel had kunnen nemen vanaf eind 2014 als u niet was overleden en tot uw 67ste had gewerkt.
    De pensioengrondslag is dat deel van uw salaris waarover u pensioen opbouwt. U vindt de hoogte van het partnerpensioen op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) dat u jaarlijks ontvangt en op mijnpensioenoverzicht.nl.

Voorbeeld
Esther Venema is 30 jaar en verdient € 2.500 bruto per maand met daarbij € 600 bruto persoonlijke toeslag. Haar vakantieuitkering bedraagt € 2.400. Esther is op 1 januari 2010 bij Transavia in dienst gekomen. Zij wil weten hoe hoog het partnerpensioen voor haar partner is als ze komt te overlijden.

Stap 1: Bereken de pensioengrondslag: bereken hiervoor eerst het pensioengevend salaris in een jaar. Trek hier de franchise van af van € 18.678 (niveau 2017). Het pensioengevend salaris is 12 * 2.500 (salaris) + 600 (persoonlijke toeslag) = € 30.600 + 2.400 (vakantieuitkering) = € 33.000. De pensioengrondslag is nu 33.000 min de franchise van 18.678 ( = € 14.322.
Stap 2: bepaal het aantal dienstjaren tot eind 2014 en vanaf eind 2014 tot de 67-jarige leeftijd.
Esther is al 5 jaar in dienst eind 2014 en kan nog 37 dienstjaren bereiken.
Stap 3: bepaal het partnerpensioen. Vermenigvuldig het aantal dienstjaren met de 1,3% maal de pensioengrondslag en het aantal toekomstige dienstjaren met 1,16% maal de pensioengrondslag.

Het partnerpensioen bedraagt nu: (5 *1,3% * € 14.322) + (37 * 1,16% * € 14.322) = € 930,93 + € 6.147,00 = € 7.077,93 bruto per jaar.

U bent niet meer in dienst van Transavia als u overlijdt
Uw partner ontvangt uitsluitend partnerpensioen als u bij uw uitdiensttreding bij Transavia ervoor gekozen heeft een deel van uw ouderdomspensioen om te ruilen in partnerpensioen (zie ook ‘Keuze ruilen deel ouderdomspensioen voor partnerpensioen’). De hoogte van het partnerpensioen is afhankelijk van die keuze. Maakt u geen keuze, dan wordt het partnerpensioen 70% van het ouderdomspensioen dat u heeft opgebouwd. Als er een partnerpensioen is, dan vindt u de hoogte terug op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Daarnaast kunt u uw partnerpensioen ook altijd terug vinden op mijnpensioenoverzicht.nl.

U bent al met pensioen als u overlijdt
Uw partner ontvangt uitsluitend partnerpensioen als u bij de ingang van uw pensioen ervoor heeft gekozen een deel van uw ouderdomspensioen om te ruilen in partnerpensioen (zie ook ‘Keuze ruilen deel ouderdomspensioen voor partnerpensioen’). De hoogte van het partnerpensioen is afhankelijk van die keuze. Maakt u geen keuze, dan wordt het partnerpensioen 70% van het ouderdomspensioen. Als er een partnerpensioen is, dan vindt u de hoogte van het partnerpensioen terug op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Daarnaast kunt u uw partnerpensioen ook altijd terug vinden op mijnpensioenoverzicht.nl.

Hoeveel wezenpensioen krijgt uw kind?
Dit hangt af van de situatie op het moment waarop u overlijdt:

  • U bent in dienst van Transavia als u overlijdt
    Elk kind ontvangt 20% van het partnerpensioen dat voor uw partner geldt. Als ook uw partner is overleden of vanaf het moment dat uw partner overlijdt, wordt het wezenpensioen verdubbeld. U vindt de hoogte van het wezenpensioen ook terug op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) dat u jaarlijks ontvangt. Daarnaast kunt u uw wezenpensioen ook altijd terug vinden op mijnpensioenoverzicht.nl.
  • U bent niet meer in dienst van Transavia als u overlijdt
    De kinderen ontvangen geen wezenpensioen. Wezenpensioen wordt alleen uitgekeerd als u nog deelnemer bent aan de pensioenregeling als u komt te overlijden.
  • U bent al met pensioen als u overlijdt
    Uw kinderen ontvangen geen wezenpensioen. Wezenpensioen wordt alleen uitgekeerd als u nog deelnemer bent aan de pensioenregeling als u komt te overlijden.

Kan de partner met wie u ongehuwd samenwoont ook partnerpensioen krijgen?
Ja, dat is mogelijk in het geval u overlijdt terwijl u in dienst bent van Transavia. U moet aan een aantal voorwaarden voldoen (zie  ‘wat als ik ga samenwonen’). De belangrijkste zijn dat uw partner geen familie van u mag zijn. U moet minimaal een half jaar samenwonen en u moet een samenlevingsovereenkomst hebben gesloten die door een notaris is opgeschreven. Deze overeenkomst dient u meteen naar het pensioenfonds op te sturen.

Wanneer is er geen recht op partnerpensioen?
Uw partner heeft geen recht op partnerpensioen als u bij uitdiensttreding of bij de ingang van uw pensioen ervoor gekozen heeft om geen ouderdomspensioen in te ruilen voor partnerpensioen.

Wanneer is er geen recht op wezenpensioen
Uw kind heeft geen recht op wezenpensioen als het pas na uw pensioeningang is geboren of pas op dat moment als kind wordt beschouwd in de zin van deze pensioenregeling. Of als uw kind ouder is dan 18 op het moment dat u overlijdt. Of nog studeert of arbeidsongeschikt is, maar ouder is dan 27. Uw kind heeft ook geen recht op wezenpensioen als u na uw uitdiensttreding bij Transavia of na uw pensioeningang komt te overlijden.

Keuze ruilen deel ouderdomspensioen voor partnerpensioen
Het partnerpensioen tijdens het deelnemerschap is verzekerd op risicobasis. Dit betekent dat uw partner alleen een partnerpensioen krijgt als u overlijdt tijdens het bestaan van het dienstverband met Transavia. Op de pensioendatum of na uitdiensttreding vervalt de verzekering van het partnerpensioen. Uw partner krijgt dan dus geen uitkering meer na uw overlijden. Om dit te voorkomen wordt een deel van uw ouderdomspensioen standaard geruild voor partnerpensioen. U kunt hier ook van afzien. Uw ouderdomspensioen wordt dan lager. U heeft dit keuzerecht als u uit dienst gaat bij Transavia maar nog niet met pensioen, en als u met pensioen gaat.

Let op: maakt u geen keuze, dan wordt een deel van uw ouderdomspensioen automatisch geruild voor partnerpensioen. Zo voorkomen we dat uw partner onbedoeld geen uitkering krijgt bij uw overlijden.

Voorbeeld
Het opgebouwde ouderdomspensioen van Lize Ibrahim is € 15.000 op haar pensioendatum. De man van Lize heeft geen eigen inkomen en daarom wil zij een deel van haar ouderdomspensioen ruilen tegen een partnerpensioen. Als het ouderdomspensioen wordt verlaagd naar ongeveer € 12.000 dan wordt het partnerpensioen ongeveer € 8.500 bruto per jaar.

Wat regelt de overheid voor uw partner en kinderen als u overlijdt?
De Algemene Nabestaandenwet (Anw) regelt in een aantal gevallen een uitkering voor uw nabestaanden. Dit zijn uw partner en kinderen. Deze uitkering krijgen uw nabestaanden via de overheid. Uw partner moet aan een aantal voorwaarden voldoen. Kijk op svb.nl onder Nabestaandenuitkering Anw voor meer informatie.

Wat als uw partner geen partnerpensioen krijgt?
Als uw partner geen recht heeft op partnerpensioen omdat u ongehuwd samenwoont en geen samenlevingsovereenkomst hebt, zou u kunnen overwegen een samenlevingsovereenkomst op te stellen. En die toe te sturen aan ons pensioenfonds. Als uw partner om andere reden geen recht op partnerpensioen heeft, kunt u zelf aanvullende maatregelen treffen. Zie ‘Wat als ik het partnerpensioen te laag vind?’

Wat als u het partnerpensioen te laag vindt?
Als u uw partnerpensioen te laag vindt, kunt u misschien zelf een overlijdensrisicoverzekering afsluiten. Zo’n verzekering keert een bedrag uit als u komt te overlijden. Waarmee uw partner bijvoorbeeld een deel van de hypotheek af kan lossen of een bepaalde periode kan overbruggen.

Wat als u geen partner (meer) hebt?
Als u geen partner (meer) hebt en u gaat uit dienst of met pensioen, dan wordt uw ouderdomspensioen niet automatisch uitgeruild voor partnerpensioen. Uw volledige ouderdomspensioen wordt aan u zelf uitgekeerd. Heeft u bij uw uitdiensttreding ervoor gekozen om ouderdomspensioen uit te ruilen naar partnerpensioen en heeft u bij pensioeningang geen partner, dan kunt u het partnerpensioen op dat moment weer uitruilen naar ouderdomspensioen. Het verhoogde ouderdomspensioen wordt dan aan u uitgekeerd.

Is uw pensioen waardevast?
De waarde van het partner- en wezenpensioen kan elk jaar afnemen vanwege inflatie/prijsstijgingen. Door middel van toeslagen kan deze waarde zo veel mogelijk op peil worden gehouden. Pensioenfondsen kennen hiervoor een toeslagbeleid.

Sinds 1 januari 2015 is het toeslagbeleid van het pensioenfonds gewijzigd in ‘niet doelgericht’. Dit betekent dat het pensioenfonds niet meer de ambitie heeft om de pensioenen jaarlijks te verhogen. Uw pensioen is dus niet waardevast. Uw opgebouwde pensioen zal daarom in waarde iets afnemen, elk jaar dat er inflatie is. Toch kan het bestuur van het pensioenfonds in een bepaald jaar besluiten om een toeslag te geven. Dit zal alleen zo zijn als het pensioenfonds voldoende geld heeft. Omdat bovendien de wettelijke eisen streng zijn, zullen toeslagen vermoedelijk niet vaak worden gegeven.

Toeslagen laatste 10 jaar
Uw pensioenfonds heeft de opgebouwde pensioenen van de actieve deelnemers (de werknemers) de afgelopen 10 jaar als volgt verhoogd:

Geboren voor 1 januari 1950

Per Over periode Verhoging Prijsinflatie
1 juli 2017 1 juli 2016 t/m 30 juni 2017 1, 57% 0,52%
1 juli 2016 1 juli 2015 t/m 30 juni 2016 0,00% 0,45%

Voor de jaren er voor geldt dat de opgebouwde pensioenen altijd zijn verhoogd met het percentage waarmee iemands loon werd verhoogd. Dit is gebruikelijk in het type pensioenregeling dat Transavia toen had voor deze werknemers (dit was een eindloonregeling).

Geboren op of na 1 januari 1950

Per Over periode Verhoging Prijsinflatie
1 juli 2017 1 juli 2016 t/m 30 juni 2017 1,57% 0,52%
1 juli 2016 1 juli 2015 t/m 30 juni 2016 0,00% 0,45%
1 juli 2015 1 juli 2014 t/m 30 juni 2015 0,00% -0,11%
1 juli 2014 1 juli 2013 t/m 30 juni 2014 0,8% 0,74%

Uw pensioenfonds heeft de opgebouwde pensioenen van de inactieve deelnemers (de oud werknemers en de pensioengerechtigden) de afgelopen 10 jaar als volgt verhoogd:

In dienst voor 1 januari 2006

Per Over periode Verhoging Prijsinflatie
1 juli 2017 1 juli 2016 t/m 30 juni 2017 1,57% 0,52%
1 juli 2016 1 juli 2015 t/m/ 30 juni 2016 0,00% 0,45%
1 juli 2015 1 juli 2014 t/m 30 juni 2015 0,8% -0,11%
1 juli 2014 1 juli 2013 t/m 30 juni 2014 0,8% 0,74%
1 juli 2013 1 juli 2012 t/m 30 juni 2013 1,25% 1,59%
1 juli 2012 1 juli 2011 t/m 30 juni 2012 0,00% 2,05%
1 juli 2011 1 juli 2010 t/m 30 juni 2011 0,23% 1,90%
1 juli 2010 1 juli 2009 t/m 30 juni 2010 0,00% 0,67%
1 juli 2009 1 juli 2008 t/m 30 juni 2009 0,00% 1,44%
1 juli 2008 1 juli 2007 t/m 30 juni 2008 0,00% 1,91%
1 juli 2007 1 juli 2006 t/m 30 juni 2007 0,00% 1,25%

In dienst na 1 januari 2006

Per Over periode Verhoging Prijsinflatie
1 juli 2017 1 juni 2016 t/m 30 juni 2017 1,57% 0,52%
1 juli 2016 1 juni 2015 t/m 30 juni 2016 0,00% 0,45%
1 juli 2015 1 juli 2014 t/m 30 juni 2015 0,00% -0,11%
1 juli 2014 1 juli 2013 t/m 30 juni 2014 0,8% 0,74%
1 juli 2013 1 juli 2012 t/m 30 juni 2013 1,25% 1,59%
1 juli 2012 1 juli 2011 t/m 30 juni 2012 1,75% 2,05%
1 juli 2011 1 juli 2010 t/m 30 juni 2011 1,48% 1,90%
1 juli 2010 1 juli 2009 t/m 30 juni 2010 0,45% 0,67%
1 juli 2009 1 juli 2008 t/m 30 juni 2009 0,91% 1,44%
1 juli 2008 1 juli 2007 t/m 30 juni 2008 2,04% 1,91%
1 juli 2007 1 juli 2006 t/m 30 juni 2007 1,75% 1,25%
Uw pensioenfonds heeft de opgebouwde pensioenen in de laatste 10 jaar niet gekort. Uw opgebouwde pensioen kan niet gekort worden, omdat het pensioenfonds een garantiecontract met Nationale Nederlanden en Aegon heeft afgesloten. Dit betekent dat de verzekeraars de pensioenen die u opgebouwd heeft garanderen. Dit is een nominale garantie: als u nu € 25.000 aan opgebouwd pensioen heeft, keert de verzekeraar op uw pensioendatum € 25.000 uit.
Als de financiële positie van een pensioenfonds niet voldoende is om de pensioenen te kunnen uitkeren, dan kan het pensioenfonds maatregelen treffen. Een pensioenfonds moet dan ook een herstelplan opstellen. Ons pensioenfonds heeft geen maatregelen hoeven treffen en heeft dus ook geen herstelplan.

Als u een klein pensioen heeft opgebouwd, kan het zijn dat ons pensioenfonds uw pensioen wil afkopen. Voor 2017 is een klein pensioen een pensioenuitkering dat minder dan 467,89 euro bruto per jaar bedraagt. Door de afkoop wordt de waarde van uw pensioen in een keer aan u uitbetaald onder aftrek van loonbelasting. Dit betekent dat er dan geen pensioen meer voor u bij Aegon staat.

U woont in het buitenland. Kan uw partner de pensioenuitkeringen op een buitenlandse rekening ontvangen?
Ook al woont uw partner in het buitenland, hij of zij blijft verplicht in Nederland belasting te betalen over het partnerpensioen. Alleen als uw partner gaat wonen in een land waarmee Nederland een verdrag heeft gesloten kan de Belastingdienst aan het pensioenfonds toestemming geven om geen loonbelasting in te houden. Voor meer informatie over dit onderwerp verwijzen wij u naar de website van de belastingdienst: belastingdienst.nl.
U krijgt bij pensioeningang en vervolgens jaarlijks van verzekeraar Aegon een overzicht van het opgebouwde pensioen. Dit is het UPO, het uniform pensioenoverzicht. Bent u bij Transavia komen werken vóór 2013 dan krijgt u ook nog een overzicht van verzekeraar Nationale Nederlanden. U heeft daar immers ook pensioen opgebouwd. Op dit UPO staat ook het partnerpensioen. Daarnaast kunt u altijd uw volledig opgebouwde pensioen en nog op te bouwen pensioen zien op mijnpensioenoverzicht.nl. Hierin zijn ook de AOW en pensioenen die u bij eventuele andere werkgevers hebt opgebouwd opgenomen.
Verhuist u binnen Nederland dan hoeft u dit alleen door te geven aan de gemeente. Onze pensioenuitvoerders ontvangen deze melding dan automatisch. Verhuist u naar een ander land of wijzigt uw bank- of gironummer, dan bent u verplicht om dit zo snel mogelijk schriftelijk aan het pensioenfonds te melden. Ook ingeval van wijziging in uw persoonlijke leefomstandigheden (huwelijk, echtscheiding, partnerschap, kinderen e.d.) bent u verplicht dit door te geven aan het pensioenfonds. Geeft u dit niet of niet tijdig door, dan kan dit van invloed zijn op uw recht op pensioenuitkeringen. Hiervoor kunt u contact opnemen met de heer Paul Jenner (tel. 020-6046438 of via mail paul.jenner@transavia.com).

Vragen of meer informatie?

Hebt u nog vragen of wilt u meer informatie over de pensioenregeling? U kunt terecht bij het secretariaat van ons pensioenfonds SPTGC (secretariaatSPTGC@transavia.com).

Behoort u bij deelnemersgroep 1 (in dienst voor 1 januari 2006)?

Wat is partnerpensioen
Het partnerpensioen is verzekerd op opbouwbasis. Dit betekent dat er geld gespaard wordt voor het partnerpensioen. Daarom blijft er ook na uitdiensttreding bij Transavia en bij pensionering een partnerpensioen bestaan. En het betekent ook dat als u geen partner heeft, u toch partnerpensioen opbouwt. Op de pensioeningangsdatum wordt het partnerpensioen dan automatisch uitgeruild voor een hoger ouderdomspensioen.

Wanneer krijgt uw partner partnerpensioen
Uw partner krijgt partnerpensioen als u overlijdt terwijl u nog in dienst bent van Transavia. Maar ook als u overlijdt maar niet meer in dienst bent van Transavia. Of als u overlijdt als uw pensioen al is ingegaan, krijgt uw partner partnerpensioen. Tenzij u bij pensionering uw partnerpensioen heeft geruild voor een extra hoog ouderdomspensioen.

Hoeveel partnerpensioen krijgt mijn partner
Dit hangt af van de situatie op het moment waarop u overlijdt:

  • U bent in dienst van Transavia als u overlijdt
    Uw partner ontvangt 70% van het ouderdomspensioen dat u had kunnen opbouwen als u tot uw 67ste had gewerkt. U vindt de hoogte van het partnerpensioen op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) dat u jaarlijks ontvangt en op mijnpensioenoverzicht.nl.
  • U bent niet meer in dienst van Transavia als u overlijdt
    Uw partner ontvangt 70% van het ouderdomspensioen dat u heeft opgebouwd. U vindt de hoogte van het partnerpensioen ook terug op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) dat u elke 5 jaar ontvangt. Daarnaast kunt u uw partnerpensioen ook altijd terug vinden op mijnpensioenoverzicht.nl. Met een eventuele echtscheiding is hierbij geen rekening gehouden.
  • U bent al met pensioen als u overlijdt
    Uw partner ontvangt 70% van het ouderdomspensioen dat u als gepensioneerde uitgekeerd kreeg. Tenzij u uw partnerpensioen toen heeft geruild voor een extra hoog ouderdomspensioen. U vindt de hoogte van het partnerpensioen ook terug op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) dat u jaarlijks ontvangt. Daarnaast kunt u uw partnerpensioen ook altijd terug vinden op mijnpensioenoverzicht.nl.

Hoeveel wezenpensioen krijgt uw kind?
Dit hangt af van de situatie op het moment waarop u overlijdt:

  • U bent in dienst van Transavia als u overlijdt
    Elk kind ontvangt 14% van het ouderdomspensioen dat u had kunnen opbouwen als u tot uw 67ste had gewerkt. Als ook uw partner is overleden of vanaf het moment dat uw partner overlijdt, wordt het wezenpensioen verdubbeld. U vindt de hoogte van het wezenpensioen ook terug op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) dat u jaarlijks ontvangt. Daarnaast kunt u uw wezenpensioen ook altijd terug vinden op mijnpensioenoverzicht.nl.
  • U bent niet meer in dienst van Transavia als u overlijdt
    Elk kind ontvangt 14% van het ouderdomspensioen dat u heeft opgebouwd. Als ook uw partner is overleden of vanaf het moment dat uw partner overlijdt, wordt het wezenpensioen verdubbeld.
  • U bent al met pensioen als u overlijdt
    Elk kind ontvangt 14% van het ouderdomspensioen dat u als gepensioneerde uitgekeerd kreeg. Als ook uw partner is overleden of vanaf het moment dat uw partner overlijdt, wordt het wezenpensioen verdubbeld.

Kan de partner met wie u ongehuwd samenwoont ook partnerpensioen krijgen?
Ja, dat is mogelijk in het geval u overlijdt.  U moet aan een aantal voorwaarden voldoen (zie , ‘Wat als ik ga samenwonen’). De belangrijkste zijn dat uw partner geen familie van u mag zijn. U moet minimaal een half jaar samenwonen en u moet een samenlevingsovereenkomst hebben gesloten die door een notaris is opgeschreven. Deze overeenkomst dient u meteen naar het pensioenfonds op te sturen.

Wanneer is er geen recht op partnerpensioen?
Uw partner heeft geen recht op partnerpensioen als u pas na uw pensioeningang bent getrouwd, een geregistreerd partnerschap bent aangegaan of een gezamenlijke huishouding bent begonnen. En als u op uw pensioendatum er voor gekozen heeft uw partnerpensioen volledig te ruilen voor extra ouderdomspensioen.

Wanneer is er geen recht op wezenpensioen?
Uw kind heeft geen recht op wezenpensioen als het pas na uw pensioeningang is geboren of pas op dat moment als kind wordt beschouwd in de zin van deze pensioenregeling. Of als uw kind ouder is dan 18 op het moment dat u overlijdt. Of nog studeert of arbeidsongeschikt is, maar ouder is dan 27.

Keuze ruilen deel ouderdomspensioen voor partnerpensioen
Het partnerpensioen is verzekerd op opbouwbasis. Dat betekent dat ook na uitdiensttreding bij Transavia en bij pensionering er een partnerpensioen blijft bestaan. En het betekent ook dat als u geen partner heeft, u toch partnerpensioen opbouwt. Op de pensioeningangsdatum wordt dan het partnerpensioen automatisch uitgeruild voor een hoger ouderdomspensioen. Als u uit dienst of met pensioen gaat kunt u er voor kiezen om een deel van uw ouderdomspensioen te ruilen tegen een hoger partnerpensioen, omdat bijvoorbeeld uw partnerpensioen verlaagd is vanwege een echtscheiding. Uw ouderdomspensioen wordt dan lager.

Let op: maakt u geen keuze, dan wordt een deel van uw ouderdomspensioen automatisch geruild voor partnerpensioen. Zo voorkomen we dat uw partner onbedoeld geen uitkering krijgt bij uw overlijden.

Voorbeeld
Het opgebouwde ouderdomspensioen van Lize Ibrahim is € 15.000 op haar pensioendatum. De man van Lize heeft geen eigen inkomen en daarom wil zij een deel van haar ouderdomspensioen ruilen tegen een partnerpensioen. Als het ouderdomspensioen wordt verlaagd naar ongeveer € 12.000 dan wordt het partnerpensioen ongeveer € 8.500 bruto per jaar.

Wat regelt de overheid voor uw partner en kinderen als u overlijdt?
De Algemene Nabestaandenwet (Anw) regelt in een aantal gevallen een uitkering voor uw nabestaanden. Dit zijn uw partner en kinderen. Deze uitkering krijgen uw nabestaanden via de overheid. Uw partner moet aan een aantal voorwaarden voldoen. Kijk op svb.nl onder Nabestaandenuitkering Anw voor meer informatie.

Wat als u het partnerpensioen te laag vindt?
Als u uw partnerpensioen te laag vindt, kunt u misschien zelf een overlijdensrisicoverzekering afsluiten. Zo’n verzekering keert een bedrag uit als u komt te overlijden. Waarmee uw partner bijvoorbeeld een deel van de hypotheek af kan lossen of een bepaalde periode kan overbruggen. Een hoger partnerpensioen is ook mogelijk door een deel van het ouderdomspensioen te ruilen voor extra partnerpensioen. U kunt dit alleen doen als u met pensioen gaat. Uw ouderdomspensioen wordt dan wel lager.

Wat als u geen partner (meer) hebt?
Als u geen partner (meer) hebt en u gaat met pensioen, dan wordt het door u opgebouwde partnerpensioen uitgeruild voor extra ouderdomspensioen. U krijgt dan een hoger ouderdomspensioen. Let op: als u bent gescheiden is waarschijnlijk een deel van uw partnerpensioen van uw ex-partner. Dat kan dan niet worden uitgeruild.